“Kon ik hem maar terug in mijn buik duwen!”

Zwanger worden is voor vele mensen de normale gang van het leven. Mijn man en ik deden er iets langer over. We kregen uitgebreid de tijd om te dromen en fantaseren hoe je eruit zou zien. Het parcours was hobbelig, de teleurstellingen groot, de onzekerheid knagend, maar de hoop dreef ons van poging naar poging. Toen het eindelijk zover was, was ik in de wolken. Of je een jongen of een meisje zou worden was al helemaal niet belangrijk. Zolang je maar gezond was. Ik koesterde de bewegingen in mijn buik. Tot zijn geboorte moest ik hem met niemand delen. Hij was alleen van mij.

De bevalling had ik me veel romantischer voorgesteld. Daar ging het mis. Ik voelde geen alles overstijgend geluk. Ik was moeder geworden maar voelde me eerder leeg in plaats van het moedergevoel te voelen dat ik verwacht had.

Op de materniteit ging het van kwaad naar erger. Eerst was er geen plaats en belandde ik op de dagkliniek. De eerste keer dat ik Victor aanlegde voor de borstvoeding, was er niemand om me te helpen. Ik deed dus maar wat. De onzekerheid nam bezit over mij en ging niet meer weg…

Waar was ik mee bezig? Deed ik het wel goed? Was dit het kindje dat 9 maanden in mijn buik gezeten heeft? Hoe heette hij nu weer? Waarom ben ik niet blij? Ik zou moeten slapen, maar dat gaat niet. Wanneer komt mijn man? Ik voel mij zo alleen. Hopelijk komt er geen bezoek. Of toch?

Een paar uur na de bevalling begon ik te huilen. En dat deed ik daarna met de regelmaat van de klok. Als er bezoek kwam, kon ik de schijn hoog houden. Maar de uren ervoor en erna waren de hel. Ik was blij dat ik mijn zoon aan mijn bezoekers kon geven. Dan moest ik er zelf niet mee bezig zijn.

“Zo lief, zo schattig, geniet ervan!” Genieten? Menen ze dat nu echt? Genieten? Waarvan precies? Het liefst van al wou ik hem meegeven met de boodschap: “Breng hem over 3 jaar terug. Als hij uit de luiers is, zelf kan eten en doorslaapt ’s nachts. Mijn leven wordt opeens bepaald door iemand anders. Ik ben de controle volledig kwijt. Ik wil dit leven niet. Heb ik hier écht zélf voor gekozen?”

Het feit dat ik allesbehalve op een roze wolk vertoefde en deze gedachten had, zorgde er voor dat ik verteerd werd door schaamte- en schuldgevoelens. Ik, die zo graag kinderen zag, die zo’n lange weg had afgelegd om een gezond zoontje op de wereld te zetten, was niet gelukkig? Wat was er toch aan de hand met mij? Waarom kon ik niet gelukkig zijn? Waarom was ik zo onzeker? Waarom voelde ik me zo eenzaam? Hoe hard mijn partner ook zijn best deed om me te helpen, het lukte me niet.

Ik had dit zwaar onderschat. Het geven van de borstvoeding vond ik een zware opdracht. Ik keek enorm op tegen de volgende voeding en van zodra het moment naderde dat ik er weer aan moest beginnen, voelde ik de tranen weer langs mijn wangen lopen. Ik bleef halsstarrig volhouden, want zei tegen mezelf dat dit het beste voor mijn zoon was. Dat dit mede de oorzaak was dat ik er totaal onderdoor ging, dat zag ik op dat moment (nog) niet.

Het lichamelijk herstel na mijn bevalling had ik zwaar onderschat. De dag dat ik thuis kwam uit de materniteit vond ik het mijn plicht om een warme maaltijd te koken voor 5 personen. Ik was terug thuis. Dit was toch wat er van mij verwacht werd? Er was echter niemand die mij dat verplichtte. Dat deed ik zelf. Ik wou de draad van mijn leven terug oppikken waar ik hem 5 dagen ervoor had achter gelaten. Waarom was ik zo streng voor mezelf?

Het ging van kwaad naar erger. Ik sliep niet. Niet in de materniteit, maar ook niet thuis. Victor lag in een bed naast mij, en bij elk klein zuchtje was ik bang dat er iets was en scheen ik met het licht van mijn gsm over zijn hoofdje. Ik telde de uren af naar de volgende ochtend. Ik deed geen oog dicht.

De maaltijden sloeg ik ook over. Ik had geen honger. Anderhalve week na mijn bevalling woog ik minder dan voor mijn zwangerschap. Ik was nog een schim van mezelf. Mijn dagen zagen er ongeveer zo uit: Ik stond ’s morgens op en installeerde mij in de zetel met Victor. Als mijn partner ’s avonds thuis kwam, zat ik nog steeds op dezelfde plek in de zetel met Victor in mijn armen. Ik kwam nergens meer toe. Enkel het hoogstnodige deed ik, op een soort van automatische piloot: hem voeden, zijn pamper verversen, mijn tranen afdrogen aan zijn haartjes, en hem op mijn borst laten slapen. Was dit mijn leven? Had ik hiervoor gekozen? Ik kon nergens meer naartoe. Ah neen, want stel je eens voor dat ik ergens in een winkel zou staan, en hij begint te huilen? Of hij heeft honger en ik moet hem ergens publiekelijk borstvoeding geven. Dat waren mijn grootste angsten, die ervoor zorgden dat ik niet buiten kwam.

Ik was boos op alle moeders. Waarom had niemand mij hiervoor gewaarschuwd? Was ik de enige waarbij dit niet lukte. Waarom leek het bij de rest wel van een leien dakje te lopen? Wat deed ik verkeerd?

Twee weken na mijn bevalling begreep ik dat ik zo niet verder kon. Er moest iets gebeuren. Ik wist niet wat er moest veranderen, maar op deze manier kon ik niet meer verder. Iemand moest me helpen. Mijn gynaecoloog stelde voor om me te laten opnemen bij Moeder Baby. Was ik er echt zo erg aan toe? Moest ik mij echt laten opnemen? Ik was amper 2 weken eerder moeder geworden…

Mijn partner heeft me uiteindelijk overtuigd om de stap te zetten. Het belangrijkste dat hij toen tegen me zei was: “Ik zie je niet minder graag omdat het nu niet gaat met jou. Je hebt hulp nodig want ik herken je niet meer. Ik wil mijn vrouw terug. Als de enige manier om je te helpen is om je te laten opnemen, dan moet je dat maar doen.” Ik verging van de schuldgevoelens, maar besefte dat hij gelijk had. Hij gaf me het duwtje in de rug dat ik nodig had om me te laten opnemen.

Wat is mijn redding geweest? Een combinatie van een aantal factoren. Eerst en vooral: slapen. Dat had ik al twee weken niet meer gedaan. Daarnaast ben ik snel gestopt met het geven van borstvoeding. Daardoor kon ik de nachtvoedingen ook aan iemand anders overlaten. En verder: de therapieën, de gesprekken met de andere mama’s die hetzelfde meemaakten, de medicatie, de rust, de ondersteuning van het verplegend personeel en kinderverzorgsters. Beetje bij beetje voelde ik de rust terug keren. Stap voor stap begon ik mijn rol als moeder te aanvaarden. Ik begon iets te voelen waarvan ik vermoedde dat dat het moedergevoel is waarover iedereen het heeft. Dat was me de eerste weken compleet vreemd. En ondanks het gebrek daaraan, had ik ook last om Victor los te laten. Bevallen is het ultieme loslaten. Laat ‘loslaten’ nu net de rode draad zijn doorheen mijn leven. Ik begon me zekerder in mijn vel en nieuwe rol te voelen. Ik had ook de tijd gehad om mijn zoontje te leren kennen. Een kind wordt nu eenmaal geboren zonder handleiding.

Nu kan ik alleen maar dankbaar terugkijken naar die periode. Ik voel ontzettend veel dankbaarheid voor iedereen die me geholpen heeft, me letterlijk en figuurlijk ondersteund heeft en een stukje van mijn weg is meegewandeld. Dankbaar ook omdat ik er zoveel uit geleerd heb. De drie belangrijkste lessen: relativeren, loslaten en grenzen stellen. Ik ben een andere vrouw geworden. Ik leef een ander leven. Dat leef je uiteraard altijd als je moeder wordt, maar ik heb het wat moeilijker gehad met die verandering en het aanvaarden ervan.

Het is van cruciaal belang om snel te reageren als je voelt dat het niet goed gaat. Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het is. PPD is een ziekte. Het overkomt je. Je kunt er zelf niets aan doen.

 

"Ik huil niet dus ik ben niet depressief."

Ik huil niet dus ik ben niet depressief. Tenminste, dat maakte ik mezelf wijs. Die gedachte werd bijna een houvast, alsof ik me nog net kon vastklampen aan die ene uitgedroogde tak voor ik de dieperik zou instorten. Datzelfde zinnetje zorgde er ook voor dat het lang – veel te lang – heeft geduurd voor ik aan mezelf en mijn omgeving kon toegeven dat het niet goed met me ging.

Samen met onze eerste dochter, zagen een heleboel twijfels, angsten, en gevoelens van controleverlies het levenslicht. Zaken die in mijn studententijd al eens opspeelden (faalangst), maar waarvan ik dacht dat ik er inmiddels wel klaar mee was. De bevalling bleek de ideale trigger. Gemedicaliseerd. Geforceerd. Gemanipuleerd. En ik onderging het gewoon. Dat tengere glibberige lijfje op mijn borst, die donkere grote kijkers die me hulpeloos aankeken, … Ik kreeg het benauwd. Een verpletterend verantwoordelijkheidsgevoel overviel me en sneed me de adem af. Dag twee en ik voelde me al gefaald in mijn nieuwe rol. Want welke mama kan haar eigen dochter niet troosten? Ik wilde het zó graag zó goed doen, ik moest en zou dit kunnen; te trots om hulp te vragen of iets uit handen te geven. Als we ons gewoon aan haar routine en vaste gewoontes hielden, dan kon er zo min mogelijk misgaan. Tegelijkertijd googlede ik me suf naar antwoorden en hulp. Huilbaby, reflux, koemelkeiwitallergie. Bij de minste kik verkrampte ik. Bang dat zij weer zou beginnen krijsen. En dat ik het liefst van al wilde meehuilen, maar het niet zou toelaten. Diep vanbinnen had ik een dam van doorgeslikte tranen gebouwd. Mijn tranen konden geen kant meer op. Muurvast zaten ze. De dam stond onder druk en ik stond op springen. Een baby eruit persen, dat kon ik, maar een traan, één onnozele traan, …

De onrust in mij werd met de dag groter. Op den duur wist ik met mezelf geen blijf meer. Rust! Hopeloos op zoek was ik, naar innerlijke rust. Vier maanden na de bevalling was ik totaal uitgeput. Leeg. Doodsbang. Ik durfde niet meer alleen te zijn met haar, toch zaten we dag in dag uit tussen onze vier muren. Dit is overduidelijk een burn-out, daar was ik van overtuigd. Ik had voor en tijdens de zwangerschap veel te hard gewerkt. Het woord depressie kwam niet in me op. Ik zie onze dochter zo graag. Ik ben zo bezorgd om haar. Ik huil niet dus ik ben niet depressief. Wel was ik bang. Angst werd baas en ik plande steeds meer mijn leven rond potentiële paniekaanvallen. Ik had een postnatale angststoornis. De weg naar de juiste diagnose en het zelf erkennen van mijn klachten was lang, maar vanaf dan kon mijn herstel beginnen. Weet dat dit perfect te behandelen is. Weet dat je niet zwak, labiel of een minder goede mama bent omdat dit je overkomt. Vandaag ben ik een trotse mama van twee (!) heerlijke dochters and I love it.

 

 

"Dit is meer dan de babyblues."

Ik probeerde de eerste periode na de geboorte van ons kindje zelf zoveel mogelijk op te vangen: het huishouden draaiende houden, zorgen voor ons pasgeboren kindje en mijn partner ondersteunen. Want ze had het heel lastig en vond haar ritme maar niet met onze zoon. 2 weken na de bevalling moest ik opnieuw full time gaan werken. Ik voelde dat mijn vrouw wat extra hulp kon gebruiken en regelde dus ‘opvang’ voor de momenten waarop ik er niet was: mama of schoonmama, een zus, wat extra kraamhulp. Het werd echter steeds duidelijker dat wat mijn vrouw overkwam, echt niet zomaar de babyblues was. Ik merkte dat ik met mijn peptalk steeds minder vat op haar had. Onze zoon was geen gemakkelijke baby maar mijn partner zag alles buitensporig negatief. Ze twijfelde of we er wel goed aan hadden gedaan om voor een kindje te gaan. Ze kon niet meer eten, slapen en uiteindelijk sprak ze zelfs bijna niet meer.

Na bijna 7 weken hakte mijn partner zelf de knoop door. Ze vroeg me om de huisarts te bellen. De diagnose die hij stelde, was volledig correct – ze leed aan postpartum depressie. Maar de begeleiding sloeg nergens op. Gelukkig verwees een alerte gynaecoloog ons wel correct door. Een opname in de moeder-baby unit bleek nodig, alsook de opstart van medicatie. De opname zelf was emotioneel, zowel voor mij als voor mijn partner. Aan de ene kant voelde het aan als een opluchting om toch even van de zorg voor mijn partner verlost te zijn want ook ik zat op het einde van mijn krachten. Aan de andere kant was het thuis nu echt kil, stil en eenzaam.

De opname was een lastige periode, die soms eindeloos leek. Het herstel ging trager dan gehoopt. Soms leek het twee stappen vooruit en eentje terug achteruit. Ik raakte de situatie wel eens beu, maar tegelijk keek ik ook wel uit naar de bezoekjes aan mijn vrouw en kindje en was het soms best gezellig met ons drie. Ik probeerde vooral om geen druk op mijn partner te leggen want dit ging contraproductief werken. Ik luchtte mijn hart vooral bij collega’s en enkele vrienden. We hebben er van in het begin geen taboe van gemaakt. Het kan iedereen overkomen – en wie ziek is, moet zich laten verzorgen. Punt aan de lijn. Ik leerde tijdens een partnergesprek bij de psycholoog nog een belangrijke les: probeer geen therapeut te zijn van je partner, laat dit over aan professionals. En dat heeft mij vaak rechtgehouden. Ik bleef liefdevol steunen, maar probeerde toch ook voor mezelf te blijven zorgen.

Na 4 maanden opname volgde nog een tijdje dagtherapie en hervalpreventie. Daarna duurde het nog enkele maanden vooraleer ik mijn partner volledig “terug” had. Ze staat nu steviger in haar schoenen met een realistischere kijk op het leven en met een hele grote levensles als bagage voor de rest van ons leven. Ze voelt ook veel sneller aan wanneer het tijd is om het wat rustiger aan te doen.

Bert, 36 jaar, papa van 2 kinderen

 

“De depressie was te zwaar.”

Toen mijn jongste zoon vijf weken oud was, besliste ik om in opname te gaan bij de moeder & babyeenheid in Zoersel. Het was de moeilijkste beslissing van mijn leven.

Mijn depressie was op dat moment al een maand bezig. Twee weken na de bevalling werd ik door mijn gynaecologe doorverwezen naar de psychiater. Een opname in Zoersel kwam meteen ter sprake, maar ik verzette me om zoveel redenen.

Ik wilde bij mijn kindjes blijven: ik was mama van drie en wilde mijn gezin samenhouden. Een opname zou betekenen dat ik vijftig kilometer van mijn oudsten verwijderd zou zijn. Bovendien was ik doodsbang dat ik op de eenheid geen borstvoeding meer zou mogen geven.

Na drie helse weken moest ik echter toegeven: de depressie was te zwaar. Ondanks een liefdevol netwerk om me heen, had ik meer intense zorg nodig. Dus nam ik de telefoon, belde ik naar Zoersel en vroeg met een klein stemmetje wanneer ik in opname mocht komen. De dag nadien stond mijn kamer al op me te wachten.

Ondertussen is de depressie al lang voorbij en kan ik zeggen: in opname gaan was de moeilijkste, maar achteraf gezien ook de beste beslissing van mijn leven. Het heeft mijn herstel bespoedigd, daar ben ik van overtuigd. De borstvoeding bleek geen enkel probleem, en mijn zoontjes zag ik tijdens mijn opname zo veel als maar kon.

Mijn baby van toen is nu drieënhalf en mama’s dikste vriend. En wat meer is, er is nog een ‘kindje’ bijgekomen: mijn eigen zaak zag bijna twee jaar geleden het levenslicht. Ook dat is voor een stukje het gevolg van de depressie: ik laat me niet langer tegenhouden om voor mijn dromen te gaan.

Drieënhalf jaar geleden zat ik op mijn dieptepunt. Nu durf ik zeggen: het leven oogt mooier dan ooit!

"Ik vond mezelf een rotslechte moeder."

Ik piekerde over alles, in de eerste plaats over mezelf, maar ook over mijn relatie en mijn omgeving. Het voelde alsof ik van binnen leeg en verkrampt was.

Als mijn zoon begon te huilen, dacht ik dat ik gek zou worden. Vaak zat ik gewoon met hem mee te huilen. Ik kon niets meer in perspectief plaatsen, ‘alles’ leek zwart en slecht. Soms hoorde ik hem zelfs huilen terwijl hij gewoon lag te slapen.

Ik vond mezelf een rotslechte moeder en vroeg me af of ik niet beter kinderloos was gebleven.

Door alle piekergedachten die door mijn hoofd bleven malen sliep ik ‘s nachts niet meer en geraakte ik zo helemaal uitgeput. Overdag gunde mijn zoon mij geen moment rust en als hij dan toch even sliep, was ik zo opgedraaid dat ik zelf niet meer rustig werd.

Ik voelde niets voor mijn zoontje. Ik wist ook niet goed wat ik moest voelen en twijfelde aan mijn moederrol. Ik verzorgde hem wel, maar volledig op automatische piloot.

Ik verlangde naar mijn oude leven en wou dat ik de baby gewoon terug in mijn buik kon steken.

Naar de buitenwereld toe bleef ik dapper glimlachen, maar van binnen ging ik kapot. Je probeert de schijn hoog te houden ‘dat het wel gaat’ maar je vraagt je af wat ze in godsnaam bedoelen met ‘geniet van je baby’.

Ik zag niets meer zitten, ik wou liever niet meer buiten komen, ik had nergens zin in.

Ik herkende mezelf niet meer, dacht dat ik compleet gek was geworden. Ik had heel zwarte gedachten en werd bang van mezelf.

De structuur en de regelmaat op de Moeder en Baby afdeling brachten onmiddellijk een soort rust over me. De gesprekken met andere mama’s deden me deugd. De herkenning was welkom, ook al viel het mij in het begin zwaar om samen met hen te moeten leven. De zorg over mijn zoontje delen met de kinderverzorgsters was heel dubbel: enerzijds was ik ontzettend opgelucht om hem eens aan iemand anders te kunnen toevertrouwen, anderzijds moet je leren om ‘een vreemde’ te vertrouwen.

De verschillende vormen van therapie heb ik met beide handen aangegrepen. Hoe meer, hoe liever. Al was het maar om niet met mijn gedachten alleen te moeten zijn.

Gestimuleerd worden om even buiten te gaan wandelen, om met je kindje op de mat te spelen of om even een boodschapje te doen, … het deed me goed. Het duwtje in de rug om de gewone dagdagelijkse activiteiten op te nemen, samen met je kindje, en dan ook te merken dat het lukt, dat je het kan.

Een echte eye-opener waren de momenten waarop ik met mijn kindje activiteiten voor de spiegel deed of waarop we gefilmd werden. De interactie tussen mij en mijn zoon – waarvan ik dacht dat ze onbestaande was – kunnen ‘zien’ was zeer helpend in mijn genezingsproces.

En de tijd loslaten. Jezelf geen deadlines of genezingsdatum opleggen. Vallen en weten dat je terug zult opstaan. Dat besef is cruciaal geweest om er terug bovenop te komen.

Lien, mama van 2 kinderen

"Wat voor mama ben ik?"

28 juni 2018 21:03

Ik ben bevallen van onze tweede zoon Georges en zit op een roze wolk. Alles ging goed. Eindelijk. Bij onze beide zonen was het een hobbelig parcours om zwanger te worden. Bij beiden heb ik het rustig aan moeten doen tijdens de zwangerschap.

Toen ik zwanger was van Georges begon ik voor mijzelf bepaalde eisen te stellen. Ik ging en moest borstvoeding geven. Ik ging mijn huishouden zelf kunnen doen. Ik ging nog allerlei leuke activiteiten met de oudste zoon doen, want de zomervakantie stond voor de deur. En toen was hij daar. Onze knappe tweede zoon. Borstvoeding verliep goed, ik had alles thuis onder controle. Én ik deed uitstappen met beide zonen (en mijn man).

Tot ik op 11 juli last kreeg van migraine aanvallen. Niet eventjes, maar zeker twee weken aan een stuk. Deze gingen gepaard met serieuze angstaanvallen. Ik kan niet meer voor mijn kinderen zorgen. Wie zal deze zorg over nemen? Ik kan nog niet voor mijzelf zorgen. Zie mij hier zitten!

Ik had steeds minder energie. Ik kon niet meer alleen instaan voor de zorg voor mijn twee kindjes. Ik deed niets meer met mijn oudste zoon. “Wat voor mama ben ik?” Dat was het enige waar ik kon aan denken.

Ik heb ettelijke keren gezegd dat het leven toch beter was met één kindje. Ik was geen mama om twee kindjes te hebben. Ik kon dat niet.

Gelukkig had ik een vroedvrouw die mij echt enorm goed ondersteunde. Ze gaf mij de tip om naar psycholoog, huisarts of de afdeling moeder en baby in Sint-Denijs-Westrem te gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Ik ging naar huisdokter: daar kreeg ik de diagnose ‘postnatale depressie’. Ik ging naar een psycholoog. Dit hielp, maar ik merkte gaandeweg dat één keer per week op gesprek gaan voor mij niet voldoende was.

De Moeder en Baby afdeling leek een ver-van-mijn-bed-show. Maar ik ging op gesprek. Ik kreeg meteen een goed gevoel hierbij. Maar mijn man niet. “Waarom kunnen zoveel koppels dit aan en wij niet?” Ik hoor het hem nog zo zeggen. En ja, hij had gelijk. Na het gesprek met de assistent psychiater gingen we naar huis en beslisten we om toch thuis nog even te proberen. Na enkele weken en ettelijke ruzies verder beslisten we om mij te laten opnemen.

28 augustus 2018

Ik laat mij opnemen. Een heel moeilijke beslissing. Maar achteraf bekeken de beste die ik had kunnen nemen.

Ik heb daar veel gehuild, ben mijzelf meer dan eens tegen gekomen, en heb er héél veel geleerd. Ik heb er ook heel veel mooie momenten gekend.

Ik ben er uitgekomen als een andere vrouw voor mijn man, een andere mama voor mijn kinderen, een andere dochter voor mijn ouders, een andere zus voor mijn broer. Een sterkere vrouw, die haar grenzen beter kent en deze dan ook respecteert.

Samen met mijn kindjes en mijn man hebben we deze heel moeilijke periode kunnen overbruggen. Gelukkig heeft mijn man mij ongelooflijk gesteund. Wij zijn hier allen sterker uitgekomen.

Wat alle mama’s die het moeilijk hebben moeten weten: je bent niet alleen…

"Ons verhaal is er één van ups en downs."

Toen ik 30 weken zwanger was, stuurde ik een berichtje naar mijn man om te zeggen dat hij bereikbaar moest zijn. Ik voelde samentrekkingen onderaan mijn buik. Na wat opzoeken werd ik gerustgesteld: ‘oefenweeën’. Komt wel vaker voor. De ochtend erna bleef dit aanhouden en stond ik vroeg op. Ik telefoneerde even naar de spoedafdeling en legde uit wat ik voelde. De vroedvrouw stelde toch voor om langs te komen. Eens op spoed werd ik een paar keer onderzocht en aan de monitor gehangen. Op dat moment verstond ik niets van alles wat er op dat scherm te zien was. Later werd ik hier een professional in. Allemaal wel vreemd, maar ik had er vertrouwen in. Toen ik bijna naar huis mocht controleerde een oudere gynaecoloog mij opnieuw en toen bleek ik ontsluiting te hebben. Het was allemaal een waas in mijn hoofd en ik panikeerde niet direct. Uiteindelijk moest ik een nachtje blijven. Ik belde mijn man, die honderd vragen stelde. Eigenlijk had ik op niet veel een antwoord, alles ging snel. Van zodra ik op mijn kamer zat, stortte ik helemaal in. Het begon door te dringen. De tranen rolden over mijn wangen toen ik dacht ‘Ik ben hier nog niet klaar voor’ – ‘Hij is hier nog niet klaar voor’!

Uiteindelijk verbleef ik een week in het ziekenhuis. Ik moest aan de baxter met weeënremmers en ik kreeg medicatie. Elke ochtend lag ik aan de monitor. Na een week werd ik naar huis gestuurd met de duidelijke boodschap: BEDrust. Vanaf nu zorgde mijn man voor alles. Ik had elke dag weeën en ik werd goed opgevolgd. Na 34 weken zwangerschap voelden de weeën toch iets anders dan de voorbije weken. We vertrokken opnieuw naar spoedafdeling en had ik een centimeter meer ontsluiting en al wat heftigere weeën. Opnieuw die monitor. Na anderhalf uur zakten de weeën weer en mochten we alweer naar huis. Het begon allemaal door te wegen. Onze zoon moest zolang mogelijk in mijn buik blijven maar, wanneer zou het voor ‘echt’ zijn? Elke dag was een dag gewonnen. Ik leefde ook écht van dag tot dag. Als iemand mij geruststelde of een verhaal vertelde dat ze hadden gehoord of zelf meegemaakt dan kon ik ontploffen. Nu was het mijn verhaal, en het was nu eenmaal niet goed. De volgende dag kon ik tegen de middag niet zoveel meer zeggen tijdens een wee en vertrokken we opnieuw. Deze keer had ik 3 cm ontsluiting en werd ik direct naar het verloskwartier gebracht. NU was het voor echt. Alles werd klaar gezet en de vroedvrouw was beslist ‘mevrouw, u gaat vandaag bevallen’. Er was een enorme angst over mijn hele lichaam en ik wilde dit niet, ik wilde mijn baby er niet uitduwen als hij daar nog niet klaar voor was. Ik wilde niet bevallen en gewoon verdwijnen. Na een hele dag in de verloskamer gingen mijn weeën weer liggen, niet te geloven. Ik moest in het ziekenhuis blijven en mijn man vertrok naar huis. Om één uur ‘s nachts begon ik in elkaar te duiken van de pijn en liet ik de vroedvrouw niet meer gerust. Eerst kreeg ik nog medicatie, dan werd ik aan de monitor gehangen. De monitor gaf weinig tot niets aan… Maar ik voelde dat het begonnen was. Ik moest de gynaecoloog bijna smeken om mij nog eens te controleren. ‘Mevrouw, als we u blijven controleren wakkert dit alleen maar aan’. Na de controle ging alles in een versnelling! ‘Mevrouw, u heeft vier cm en u gaat bevallen’. Opeens werd mijn bed verhuisd en ging ik opnieuw richting verloskamer. ‘Is het dan nu de moment dat ik mijn man moet bellen?’ JAZEKER.

Na een paar uur werd onze zoon geboren. Vooraf had ik aan de vroedvrouw gevraagd of ik hem op mij kreeg als hij werd geboren. Dit konden ze niet beloven, opnieuw kreeg ik rillingen en tranen in mijn ogen. Ze namen hem onmiddellijk mee, na een paar minuten kreeg ik hem op mij. Ik kon niet stoppen met huilen, daar was hij dan, onze mini. Al gauw namen ze hem mee want hij had moeite om te ademen. Ik kreeg nog lang verzorging en dan was eindelijk het moment aangebroken waarop ik mijn zoon kon ontmoeten. Ik werd met mijn bed naar de neonatale gereden. Ik zal nooit vergeten hoe ik mijn man en hem daar aantrof. Hij was aan het kangeroeën en mijn man hield de sonde in de lucht. Dit was opnieuw  een teleurstelling want ik wilde dolgraag borstvoeding geven! Dit was dan ook de laatste kunstvoeding die hij zo klein kreeg. Eens op mijn kamer en na het bellen van heel de familie begon ik met kolven. Achteraf bekeken iets wat mij helemaal onderuit gehaald heeft. Niemand die mij verteld had wat borstvoeding geven betekende bij een prematuur. Het was niet midden in de nacht opstaan met een baby aan je borst, neen, het zijn ontelbare wekkers zetten en aan een machine hangen.

Na twee weken mocht hij eindelijk naar huis. Omdat hij nog niet sterk genoeg was om zelf te drinken kregen we thuisbegeleiding. Hij kwam dus naar huis met een sonde. Dit betekende opnieuw wekkers zetten op onze gsm, want hij werd zelf ook niet wakker. Hij kon in blokken van 6 uur slapen. Eens thuis liep ik helemaal verloren en ben ik helemaal gecrasht. Is dit het mama zijn? Waar is die roze wolk? Ik heb dit heel mijn leven gewild en nu ben ik niet gelukkig? Ik kon niet meer eten en ik huilde dagen aan een stuk. Ik kon niets meer, het enige wat ik deed was mijn baby de nodige zorgen geven. Maar vanbinnen was ik leeg…

Gelukkig kreeg ik enorm veel steun van mijn mama en van mijn man. Ook van vrienden en familie. Ik ben zelf ook professionele hulp gaan zoeken. Het heeft een heel lang geduurd voor ik eindelijk alles wat kon loslaten, kon accepteren dat het mama worden bij mij een heel aparte start gekend heeft. Een start die er veel te vroeg en veel te bruusk is gekomen. Misschien zal dit ook gewoon heel mijn leven lang een wonde blijven.

Nu is hij zes maand en een fantastisch gezonde jongen waar ik heel trots op ben. Ons hele verhaal is er één met ups en downs geweest. Vooral het accepteren dat dit alles niet gelopen is hoe ik het had verwacht. Het is niet elke dag leven op een roze wolk, maar er zijn wel goede dagen. Dagen dat ik kan genieten, genieten van ons gezinnetje.